2. Waar de school voor staat


2.1Visie/missie

 

Visie

 

De Lambertusschool is een school waar samengewerkt wordt aan evenwichtig kwaliteitsonderwijs op sociaal-emotioneel, creatief en cognitief gebied.
Dit willen we doen vanuit een enthousiaste, collegiale, open sfeer,  waarin leerlingen, leerkrachten en ouders zich geborgen voelen.

 

 

Missie

 

Ons onderwijs is zo ingericht dat zoveel mogelijk leerlingen binnen een tijdvak van acht jaar de school moeten kunnen doorlopen.

We streven ernaar de basis voor elk kind zo sterk en breed mogelijk te maken, zodat ieder kind zich  zo optimaal mogelijk kan ontwikkelen.
Daarmee willen we het kind zo goed mogelijk toerusten voor het volgen van voortgezet onderwijs.

Om dit te kunnen bereiken  besteden we aandacht aan: de verstandelijke, sociale, emotionele, motorische, creatieve en levensbeschouwelijke ontwikkeling en houden daarbij rekening met de eigen geaardheid van kinderen, hun verschillen in ontwikkeling, begaafdheid, belangstelling en motivatie.

We zoeken naar een goede manier om elk kind zoveel mogelijk aan te spreken op zijn/haar ontwikkelingsniveau (“Eruit halen wat erin zit”).
Zie ook bij groepsplan bij 4.9.
Hierbij is het heel belangrijk om een sfeer te scheppen waarin ieder kind wordt geaccepteerd ongeacht (leer)prestaties, uiterlijk, taal en culturele achtergrond. 
Wij willen een school zijn waar kinderen zich kunnen ontwikkelen in een houding van zelfvertrouwen, zelfkennis en sociaal positief gedrag.
Als leerkrachten willen wij kinderen positief benaderen en hun sterke kanten bevestigen.
De leerkracht heeft tevens een voorbeeldfunctie in de manier waarop hij met anderen omgaat, omdat kinderen zich ook spiegelen aan volwassenen.

Samenwerking en het scheppen van een goede sfeer berust op principes van respect, wederzijdse hulp, eerlijkheid, openheid, vertrouwen en  veiligheid.

 

 

 

2.2  Onderwijskundige doelen

 

De Lambertusschool wil bereiken dat ieder kind via een ononderbroken leer- en ontwikkelingsproces, die kennis en vaardigheden kan verwerven
die het nodig heeft om een zelfstandig, sociaal en kritisch denkend mens te worden in een multiculturele samenleving.
Dit gaat het beste in een omgeving waar de leerlingen zich thuisvoelen. We zetten ons in voor het versterken en verbeteren van het klassen- en schoolklimaat.
Door adaptief onderwijs willen we het kind die aandacht en zorg geven die het nodig heeft om zich zo optimaal mogelijk te kunnen ontwikkelen.
De in gebruik zijnde en nog aan te schaffen onderwijsleerpakketten waarborgen het bovengenoemde leerproces en de wettelijke plicht om aan de
kerndoelen te voldoen.

We gaan er van uit dat met name de actueel gehanteerde methodes voldoende garanties bieden voor het hanteren van de vereiste einddoelen.

 

 

 

2.3  Levensbeschouwelijke vorming

 

Onze school is een school op Rooms-Katholieke grondslag. Wij proberen dit eigentijds in te vullen.

Centraal staan waarden en normen. Het leren je te verplaatsen in de anderen en het leren nadenken over goed en kwaad zijn daarbij van groot belang.

Wat betreft de christelijke opvoeding hebben het gezin, de school en de kerk elk hun eigen verantwoordelijkheden, die niet losstaan van elkaar.
Zo worden bijvoorbeeld (een deel van) voorbereidingen voor de communie en het vormsel op school uitgevoerd.

 

 

                                

2.4  Sociaal-emotionele vorming

                                     

Het gezin is het belangrijkst bij de ontwikkeling van waarden en normen. De school dient wel een aanvullende en eigen bijdrage te leveren.

Kinderen worden op hun eigen niveau op hun persoonlijke- en groepsverantwoordelijkheid gewezen en leren daarnaar te handelen.

Ook het ontwikkelen van zelfvertrouwen en zelfrespect vinden we belangrijk en daarnaast moeten we ons steeds realiseren, dat we zoveel mogelijk
mogen genieten van het leven, ook op school.

 

Een van de uitgangspunten van onze school is dat kinderen met plezier naar school gaan.

We streven ernaar dat de kinderen een gezellige sfeer proeven, dat er veiligheid en geborgenheid is, maar ook respect naar elkaar toe.
Ze moeten ook leren zelf verantwoordelijkheid te dragen en leren om te gaan met hun eigen mogelijkheden en beperkingen.

Als het nodig is kunnen leerlingen speciale sociale vaardigheidstraining krijgen.

 

We hebben met de kinderen gedragsregels over gedrag op de speelplaats en binnen de school opgesteld.
Daarbij staan veiligheid en sociale ontwikkeling voorop. Tevens wordt er, van vakantie tot vakantie, schoolbreed een bepaalde gedragsregel
centraal gesteld. Bij pestgedrag wordt door leerkrachten volgens het pestprotocol gehandeld. Er is daarbij aandacht voor zowel degene die gepest wordt,
als voor de pester en de ”meelopers”.

 

Er wordt gewerkt met een nieuw Leerlingvolgsysteem sociaal-emotionele ontwikkeling “Zien” (module bij het administratieprogramma ParnasSys).

 

 

 

2.5  Samenwerking met de kernpartners van de Brede School

 

De Lambertusschool is aan het uitgroeien tot de Brede School Netersel. Samen met de kernpartners (Peuterspeelzaal, BSO)
willen we één doorgaande ontwikkelingslijn voor kinderen van 2 t/m 12 jaar (later misschien zelfs van 0 tot 16 jaar) gaan realiseren.
We willen dat bereiken door een intensievere samenwerking met de peuterspeelzaal en de BSO tot stand te brengen, onder andere door 
structureel
  werkoverleg te creëren en door gezamenlijk activiteiten te gaan organiseren. We willen van en met elkaar leren. Het streven is om op korte termijn ook kinderopvang in het gebouw te verwezenlijken. Alleen dán kan er pas sprake zijn van een ononderbroken leer- en ontwikkelingsproces.

 

 

 

2.6  Onderwijsvernieuwingen

 

Door de huidige basisschool om te vormen tot een Brede School willen we een aantal onderwijskundige vernieuwingen bewerkstellingen.
Middels een verbouwing hebben we midden in de school een grote multifunctionele ruimte verwezenlijkt die gebruikt gaat worden als leerplein,
tevens zijn er in de gang een groot aantal leerwerkplekken gecreëerd.Om goed voorbereid te zijn op het werken met deze nieuwe leerwerkplekken
en de organisatie van ons onderwijs te moderniseren, gaan we hiervoor, onder leiding van het KPC (Katholiek Pedagogisch Centrum), teamscholing
vormen samen met de St.-
Jansschool Casteren. Middels theorie en praktijk (klassenbezoeken) gaan we leren hoe we het beste gedifferentieerd uitleg
kunnen geven. Na een korte instructie kan een aantal leerlingen de leerstof zelfstandig in het leerplein en de leerwerkplekken verwerken.
De kinderen die meer instructie of aandacht nodig hebben of minder goed zelfstandig kunnen werken blijven in het klaslokaal. De leerwerkplekken kunnen onder schooltijd eveneens gebruikt worden voor het maken van werkstukken (al dan niet met gebruikmaking van de daar aanwezige computers).
Buiten de schooltijden is de multi-functionele ruimte te gebruiken door de andere kernpartners. Op dit moment maken de TSO (tussenschoolse opvang) en de
BSO (buitenschoolse opvang) hier gebruik van.

 

 

 

2.7  Passend Onderwijs

 

We vinden dat elk kind op onze school een kans moet krijgen. Toch kunnen er kinderen zijn met specifieke problemen. Die kinderen vragen onze extra zorg.
Die extra zorg noemen we “zorgbreedte”. We willen de kinderen zoveel mogelijk binnen onze school in de eigen groep opvangen en trachten te helpen.
Onze Intern Begeleider zal steeds samen met de groepsleerkracht nagaan in welke mate er hulp geboden kan worden. Ook kinderen met “special needs”
(speciale ontwikkelingsbehoeften) zijn in eerste instantie bij ons welkom. Graag willen we ons onderwijs zó proberen aan te passen dat ook deze leerlingen leervorderingen kunnen maken. Als na een intensieve begeleiding bepaalde kinderen zich onvoldoende blijven ontwikkelen kan er hulp worden ingeroepen
van extern deskundigen (bijv. Giralis Groep in Eersel). Pas wanneer kinderen ook hier geen baat bij hebben gaan we denken aan een Speciale school voor Basisonderwijs.
Passend Onderwijs willen we graag samen met onze kernpartners realiseren. Een goede informatieoverdracht en een goede communicatie met de
kernpartners zijn daarom voor ons van wezenlijk belang. Door elkaar tijdig te informeren proberen we leer- en/of gedragsproblemen te voorkomen of aan te
pakken. Elke kernpartner heeft zijn specialiteit als het gaat om zorgleerlingen. Door gebruik te maken van elkaars kwaliteiten denken we meer voor de
zorgleerlingen te kunnen betekenen.