3. Organisatie van het onderwijs

 

3.1  De groepen

 

We werken op onze school met combinatiegroepen, waarvan we de uitsplitsing per jaar bekijken. Als de mogelijkheid zich voordoet worden
deze groepen gesplitst. Dat geeft mogelijkheden voor onderwijs op maat in een kleinere groep.
Over de precieze invulling wordt u via “’t Klepperke” geďnformeerd.

  

3.2  De leerkrachten  

 

De groepsleerkracht is uiteindelijk verantwoordelijk. We streven er naar maximaal twee leerkrachten per groep in te zetten maar dit is niet altijd
mogelijk als gevolg van o.a. vakonderwijs, vrijroosteren voor andere taken enz. Naast lesgeven zijn er op school nog een aantal activiteiten die in
goed onderling overleg worden verdeeld.
Onze school werkt actief mee aan het opleiden van nieuwe leerkrachten. Stagiaires voeren dan ook regelmatig op de Lambertusschool allerlei
opdrachten uit.

 

  

3.3  Groep 1 en 2

 

In groep 1 en 2 gaat het erom een brede basis voor ontwikkeling te leggen. In de begeleiding van de kinderen gaat het met name om
doelen als kunnen samenwerken, initiatieven nemen en plannen maken, kunnen  communiceren en met symbolen om kunnen gaan.

Het gaat erom deze brede basis voor ontwikkeling te leggen, waarin kennis en vaardigheden een zinvolle plaats innemen.

Voorwaarde om tot brede ontwikkeling te komen is dat kinderen ‘goed in hun vel zitten’, beschikken over voldoende zelfvertrouwen en nieuwsgierig
zijn naar de wereld om hen heen.

Basisontwikkeling geeft aan welke ontwikkelings- en leerprocessen nagestreefd dienen te worden.

De samenhang tussen de doelen en de daaraan verbonden ontwikkelings- en leerprocessen worden duidelijk gemaakt in de cirkel.
(Als je een onderwijsaanbod voor kinderen ontwerpt, moet dit altijd elk van de drie cirkels raken).

 

§In het midden van de cirkel bevinden zich de basiskenmerken.Ze vormen de spil van alle opvoedings-en onderwijsleerprocessen.
Als die ‘vastzit’ komt de rest moeizaam in beweging.

 

§De tweede ring van de cirkel wordt gevormd door de aspecten van de brede ontwikkeling.
De ordening geeft een opbouw in de brede ontwikkeling aan: actie en initiatieven; communicatie; samen spelen en samen werken zijn nodig om
ontwikkeling op de andere gebieden te mogen verwachten. Als zich op deze gebieden moeilijkheden voordoen is ontwikkeling in de volgende ringen in
de cirkel bij voorbaat moeilijk.

 

§En dan, in de buitenste cirkel, komen we bij de specifieke kennis en vaardigheden. Uiterst belangrijk!!!
Maar zonder een ‘gevuld binnenwerk’ en zonder ‘spil’ zijn er weinig garanties dat het leren van kennis en vaardigheden tot persoonsontwikkeling leidt!

 

 

 

Kernactiviteiten

 

Het gaat om vijf kernactiviteiten van kinderen (spelen, construeren, rekenen, spreken en luisteren, lezen en schrijven) die zich in de loop van
groep 1 en 2 tot een steeds hoger niveau ontwikkelen (ontwikkelingsperspectief).
Hoe beter de kwaliteit van het spelen, van het construeren, van het spreken, van het lezen en schrijven, hoe meer kans op o.a. ontwikkeling van
communicatie, leren samenwerken, redeneren, initiatief durven nemen.

De leerkracht zorgt ervoor dat (door de kernactiviteiten) de beoogde ontwikkelings- en leerprocessen (cirkelschema) zo goed mogelijk tot stand komen.

De 4 B’s: betekenis, betrokkenheid, bedoelingen en bemiddelende rol van de leerkracht spelen een grote rol.

De activiteiten zijn zoveel mogelijk verbonden aan inhouden of thema’s, die voor kinderen interessant en betekenisvol zijn.
Als iets betekenis heeft voor kinderen, dan ontstaat betrokkenheid. En kinderen die betrokken zijn…..leren/ontwikkelen zich!
Omdat jonge kinderen zich in onze visie het best kunnen ontplooien en ontwikkelen binnen het spel, proberen we binnen een
(voor de kinderen betekenis hebbend) thema, de spelactiviteit als uitgangspunt te nemen.

 

De leerkracht heeft bedoelingen met de activiteiten en wil dat die activiteit op een hoger niveau terecht komt.
Zie hier de 4e B: de bemiddelende rol van de leerkracht.

De leerkracht zal zich telkens afvragen: welke interventies zet ik nu in om de kwaliteit van de activiteit te verhogen en waarom doe ik dat?

De leerkracht zal moeten bemiddelen tussen wat moet en wat mag, tussen vraag van het kind en aanbod van het onderwijs, tussen wat
de maatschappij van een school verwacht en wat het kind aan behoeftes heeft.
De leerkracht moet in toenemende mate gaan reflecteren op het eigen handelen, het handelen steeds meer af gaan stemmen op wat voor
kinderen van betekenis is in relatie tot de eigen bedoelingen.

  

 

3.4  Groep 3

 

Hier ligt de nadruk op het stapsgewijs aanleren van basisvaardigheden als: lezen, schrijven, rekenen en spellen.
Vooral het leren lezen neemt een belangrijke plaats in in deze groep.
Wij gebruiken daarvoor de methode “Veilig leren lezen” met ondersteuning van het computerprogramma en de digibord software
“Leerkrachtassistent” die de kwaliteit en de effectiviteit van de instructie verhoogd.  
Hiermee wordt de basis gelegd voor de volgende leerjaren. In deze groep komt in beperkte mate wereldoriëntatie aan de orde in b.v. biologie en verkeer.

 

 

 

3.5  Groep 4 t/m 8

 

De basisvaardigheden worden breder toepasbaar gemaakt b.v. bij wereldoriëntatie.
Deze vakken (aardrijkskunde, geschiedenis, natuurkennis en verkeer) worden afzonderlijk aangeboden en getoetst.
We maken hierbij gebruik van de volgende methodes:

 

Lezen

 

In de methode “Goed Gelezen” komt naast begrijpend en studerend lezen ook het technisch lezen aan de orde.
Er wordt meestal dagelijks (m.u.v. gr. 7/8) structureel in tweetallen of groepjes gelezen. Leesouders helpen daarbij.
In groep 4 t/m 6 vindt het Ralfi-lezen plaats. Dit is een bepaalde manier van lezen. In de onderbouw is een lees- en luisterhoek.
Plezier in lezen willen we o.a.  stimuleren door het bezoek aan de biebvoorziening, deelname aan de Kinderboekenweek, het project “Rode Draad” en aan het voorleeskampioenschap in gr. 7 en 8.

Om het lezen te bevorderen doen wordt er in de aula van de school een aantrekkelijk leesplein ingericht.

 

Taal / Spelling (zie ook groepsplan bij 4.9)

 

We gebruiken in alle groepen “Taal Actief”, een methode die wordt gebruikt in de helft van alle basisscholen. Ruimte voor het werken met verschillen
en veel mogelijkheden voor zelfstandig werken zijn uitgangspunt voor deze methode. Er zijn oefenmogelijkheden d.m.v. spelling-software.

 

Rekenen (zie ook groepsplan bij 4.9)

 

Onze methode “Rekenrijk” is realistisch d.w.z. ze gaat uit van de dagelijkse werkelijkheid. “Rekenrijk” heeft de leerstof verdeeld in twaalf blokken
van drie weken. De eerste twee weken wisselen instructie- en zelfstandig-werken-lessen elkaar af.
De derde week begint met een toets, gevolgd door herhaling of verrijking. De kinderen worden gestimuleerd om zelf met rekenoplossingen te komen.
De methode is aangevuld met rekensoftware, zodat de kinderen ook kunnen oefenen op de computer.
De betere rekenaars krijgen de standaard leerstof in compacte vorm aangeboden, waardoor er ruimte vrij komt voor extra stof.
Voor de zwakkere rekenaars is er een I-lijn (individuele leerlijn). Jaarlijks bestaat de mogelijkheid om mee te doen aan de Kangoeroewedstrijd,
een wedstrijd voor de goede rekenaars in groep 5 t/m 8.

Het rekenen is opgenomen in de groepsplannen.

 

Schrijven

 

Onze methode Zwart op wit gaat uit van een natuurlijk, vloeiend schrift dat makkelijk aan te leren is.
De kinderen krijgen de vrijheid om hun eigen karakter in het handschrift te leggen. Zo ontstaat een persoonlijk handschrift,
waarbij de leesbaarheid goed in het oog gehouden wordt. Al vanaf de kleutergroepen worden op een speelse manier de juiste zithouding,
papierligging, pengreep en schrijfbewegingen aangeleerd.
De correcte houding en beweging worden zo als het ware in het motorische geheugen gegrift, wat de leerling een stevige basis
geeft voor zijn verdere 'schrijfcarričre'.
Voor leerlingen van groep 6 hebben we  een computerprogramma voor toetsenbordvaardigheid, Type2Be, dit programma legt een basis voor
het typen met tien vingers en wijst kinderen op een goede houding tijdens het typen.


Natuurkennis

“Natuurlijk” is een methode die veel aandacht heeft voor de praktijk. Vanaf groep 3 komen jaarlijks acht thema’s aan bod die steeds verder
uitgediept worden.
Uitgangspunt is herkenbaarheid voor de kinderen. Er is ook aandacht voor de niet-levende natuur die zoveel mogelijk in samenhang met
biologie-aspecten aan de orde komen.

 

Aardrijkskunde

 

“Een wereld van verschil” is onze methode voor de groepen 5 t/m 8, waarin de ruimtelijke aspecten van het menselijk bestaan centraal staan.
Topografische kennis blijft belangrijk.

 

Geschiedenis

 

“Bij de tijd” is de geschiedenismethode waarmee gewerkt wordt in gr. 5 t/m 8.

 

Engels

 

Communicatie is het centrale kerndoel bij Engels in het basisonderwijs.

Spreken, luisteren en lezen zijn de basisvaardigheden die daarbij aan de orde komen.

Dit schooljaar worden de Engelse lessen in groep 7 & 8 weer verzorgd door gastdocente Han Castelijns-Salden.

 

Muziek

 

De  leerlingen in groep 4 en 5 krijgen op school AMV-muzieklessen. De lessen worden verzorgd door Pulz, centrum voor kunsteducatie.
In groep 5 ontvangen de leerlingen als afsluiting een 
AMV-diploma.

 

Verkeer

 

“Wijzer door het verkeer” is onze verkeersmethode. Die gaat uit van levensechte verkeerssituaties en sluit aan bij de belevingswereld van de kinderen.
Gedurende het jaar zijn er verschillende verkeersactiviteiten, zoals bijv. Streetwise, de ambulance, etc.
Deze activiteiten worden jaarlijks beschreven in het BVL activiteitenplan.


Beeldende vorming

 

Het vak beeldende vorming neemt op onze school een bijzondere plaats in, vooral door de inbreng van vakleerkracht Joke van der Heijden.  
We beschouwen beeldende vorming als een doevak. Kinderen leren kijken en hun waarnemingen vorm te geven in twee- en driedimensionale werkstukken; hun fantasie wordt geprikkeld.
De belevingswereld van de kinderen is een belangrijk uitgangspunt. Verder zijn de kunstuitingen van diverse culturen en beeldend kunstenaars,
maar ook kunst, architectuur en kunstnijverheid  in het algemeen een waardevolle inspiratiebron, waardoor de kinderen leren zich gaandeweg steeds
zelfstandiger te laten inspireren. Daarnaast is er ruimte voor kunstbeschouwing.

Door gerichte opdrachten worden de kinderen vertrouwd gemaakt met diverse technieken en materialen en leren deze beheersen, toepassen en onderling combineren. Vooral bij de oudere kinderen wordt (afhankelijk van de opdracht) een beroep gedaan op het zelfstandig kiezen en combineren van materialen en technieken.

Er wordt gewerkt aan de hand van jaarthema’s waarbij de opdrachten zoveel mogelijk zijn afgestemd op de belevingswereld, het bevattingsvermogen en ontwikkelingsniveau van het kind. Het thema voor het schooljaar 2011–2012 is “Beestenbende” waarin dieren van allerlei pluimage centraal staan; van
echte dieren, fantasiedieren tot knuffelbeesten…… Behalve opdrachten rond dit thema worden er ook techniekwerkstukken, sinterklaas- en kerstopdrachten
en Vader- en Moederdag cadeautjes gemaakt.

 

  

3.6  ICT

 

Computers gaan een steeds belangrijkere rol spelen in het onderwijs. De leerkrachten zijn zodanig geschoold dat zij de computer goed kunnen
inzetten in de klas. Ook maken ze bij het voorbereiden van hun lessen en het registreren en analyseren van toetsuitslagen gebruik van de
computer (ParnasSys-leerling volgsysteem, Rekenrijk Flits, Taal Actief,  Veilig Leren Lezen etc.).
In elke combigroep staan vier werkstations, in de kleutergroep twee. In de groepen 3 t/m 8 wordt gewerkt met een digitaal schoolbord.
Vanaf dit schooljaar zullen er voor alle groepen ook in het leerplein en de leerwerkplekken extra pc’s ter beschikking staan.
Er is een ICT-er aanwezig die zich steeds minder bezig houdt met techniek en meer met het implementeren van ICT.

De leerlijnen en visie op ICT staan beschreven in het ICT beleidsplan.

 

 

 

3.7  Techniek

 

We leven in een samenleving die in toenemende mate berust op techniek. Techniek is overal om ons heen. Ontwikkelingen volgen elkaar in een
steeds hoger tempo op. Jong en oud komen hier dagelijks mee in aanraking. Op onze basisschool willen we kinderen bewust maken van de wereld
om ons heen en bewustwording van (natuur)wetenschap en techniek is daar een onderdeel van.

Door uitdagende lesmaterialen en activiteiten willen we deze bewustwording op gang brengen. Rekening houdend met een van nature aanwezige drang
tot exploratie en experiment, willen wekinderen enthousiast maken voor (natuur)wetenschap en techniek en zo hun keuzemogelijkheden voor vervolgonderwijs vergroten.

 

Daarnaast willen we de zelfstandigheid van kinderen vergroten door hen toe te rusten met ontdekkende en onderzoekende competenties.
We willen de kinderen leren om hun eigen ontwerpen te maken en deze te vertalen in een werkstuk wat wordt gemaakt tijdens de lessen beeldende vorming.
We doen daarbij een beroep op hun oplossend vermogen. Hierdoor willen wij bevorderen dat kinderen een betere grip krijgen op de hen omringende technische wereld.

 

Op onze school werken we daartoe met leskisten van Stichting Jeugd en Beroep. Twee leerkrachten hebben de taak van techniekcoördinator.
Zij onderhouden de contacten met de Stichting Jeugd en Beroep en coördineren het techniekonderwijs. In overleg met SJB bepalen zij welke kisten
in welk leerjaar worden aangeboden. Deze kisten worden vervolgens twee keer per jaar besteld bij deze stichting. De techniekkisten worden
opgeborgen in een speciale techniekkast. In deze kast zijn ook verschillende gereedschappen die gebruikt worden voor het techniekonderwijs te vinden.

Voor wat betreft het onderdeel  techniek wordt er samengewerkt met de St.-Jansschool Casteren.

 

Er is een plan van aanpak opgesteld voor de komende jaren.

Het streven is hierbij:

  • één van de twee techniekmiddagen te koppelen aan een excursie in het bedrijfsleven.
  • Een excursie voor groep 7 vanuit het  KOP (Kempisch Ondernemers Platform)

 

 

3.8  Cultuureducatie

 

Werken aan Cultuureducatie betekent voor ons:

 

·         Niet alleen bezig zijn met de kunstzinnige vorming door de vakken tekenen, handvaardigheid, muziek, drama en dans,
maar de kinderen op andere manieren in aanraking brengen met alle vormen van kunst en cultuur.

·         Bijdragen aan de brede ontwikkeling van kinderen. Mede aan de hand van cultuur-   

            en kunstuitingen leren jonge kinderen de samenleving te doorzien.

·         Een veelzijdig, verrijkend en uitnodigend aanbod

·         Niet alleen kijken en luisteren, maar ook zelf met plezier ervaren/ontdekken   

            (actief bezig zijn). Het draagt bij aan een beter en rijker leerklimaat.

·         Kinderen (maar ook leerkrachten en ouders) nieuwsgierig en enthousiast maken.

·         Verwondering en/of bewondering bij kinderen oproepen, zowel voor verleden,

            heden als toekomst.

·         Naar meer gaan smaken, naar meer opsnuiven en proeven van ….

·         Onderdeel uitmaken van de leer- en vormingsgebieden zoals omschreven in de kerndoelen. (dus niet apart opgenomen in het jaarrooster)

·         Twee gecertificeerde ICC-ers (Interne Cultuur Coördinatoren) Deze hebben een beleidsplan geschreven en een activiteitenplan hebben opgesteld.
(In een cyclus van vier jaar komen acht disciplines aan bod)

·         Jaarlijks een aantal activiteitenmiddagen voor alle groepen.

·         Samenwerking met andere scholen (o.a. de St.-Jansschool Casteren)

·         Samenwerking en ondersteuning vanuit de Cultuurpost Bladel.

·         Samenwerking met diverse verenigingen uit Netersel waaronder o.a. drumfanfare Sint Brigida en het gilde Sint Brigida.

·         Gebruik maken van de kwaliteiten van ouders.

 

Om het jaar wordt er door alle groepen een Cultureel uitstapje gemaakt. De OC stelt daarvoor geld ter beschikking.
Tijdens deze uitstapjes wordt dan de verjaardag van de juf gevierd.

 

 

3.9  Excursies, schoolreis, schoolkamp enz.

 

Groep 1 t/m 4 gaat jaarlijks op schoolreis, evenals groep 5 t/m 8. We vragen daarvoor een bijdrage van de ouders. 

De kinderen van groep 8 gaan elk jaar tijdens de laatste maand van het schooljaar op schoolkamp. Groep 8 sluit hun basisschoolperiode af
met een musical.
 
Dankzij veel ouderhulp is het voor onze school mogelijk om buiten het gewone lesprogramma bovenstaande belangrijke activiteiten voor
kinderen te organiseren.

 

3.10  Benutting van de verplichte onderwijstijd.

 

Per week gaan de kinderen uit groep 1 & 2  21.45 uur naar school.
De kinderen van groep 3 en 4: 23.45 uur. Groep 5 t/m 8:  25.45 uur.

 

De verplichte onderwijstijd wordt benut volgens een vast rooster. We streven er nadrukkelijk naar om ons aan onderstaande onderwijsleertijden te houden.

 

Groep 1 en 2

 

 

 

 

 

 

vakgebied

     uren

 

 

 

 

 

taalontwikkeling

  6.30

 

 

 

 

 

bewegingsonderwijs

  1.30

 

 

 

 

 

spel binnen/buiten

  5.00

 

 

 

 

 

muziek/wereldoriëntatie            

  1.15

 

 

 

 

 

werkles

  6.15

 

 

 

 

 

pauze

  1.15

 

 

 

 

 

totaal

  21.45

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

groepen 3 t/m 8

       3

   4

   5

     6

     7

     8

taal

lezen

schrijven

8.00

 

3.30

4.30

3.00

2.20

5.00

3.00

1.00

5.00

3.00

1.00

6.45

2.00

0.30

6.45

2.00

0.15

rekenen

4.00

5.00

5.00

5.00

5.30

5.30

verkeer

0.30

0.30

0.30

0.30

0.45

0.45

aardrijkskunde

geschiedenis

biologie

-

-

0.45

-

-

0.45

1.00

1.00

1.00

1.00

1.00

1.00

1.00

1.00

1.00

1.00

1.00

1.00

muziek

0.30

0.45

1.00

1.00

0.30

0.30

beeldende vorming

2.00

2.00

2.00

2.00

2.00

2.00

gymnastiek

2.00

2.00

2.00

2.00

2.00

2.00

catechese

1.00

1.00

1.00

1.00

0.30

0.45

pauze

1.15

1.15

1.15

1.15

1.15

1.15

engels

-

-

-

-

1.00

1.00

totaal

23.45

23.45

25.45

25.45

 

25.45

 

25.45

 

3.11  Informatieblad “t Klepperke

 

Meer informatie over onze school en alle activiteiten kunt u maandelijks lezen in “’t Klepperke”. Dit informatieblad voor kinderen en ouders
verschijnt in principe elke laatste woensdag van de maand. We proberen op deze dag alle andere belangrijke informatie mee naar huis te geven,
zodat u steeds weet wanneer u iets van school kunt verwachten.

 

 

 

3.12  Instroom nieuwe leerlingen

 

Voor wennen geldt dat het kind niet jonger mag zijn dan 3 jaar en 9 maanden.

Voor de kinderen die nog voor 1 oktober 4 jaar worden geldt het volgende.

Deze kinderen mogen in overleg met de ouders 10 halve dagen komen wennen. Als het kind 4 jaar is, stroomt het in, in groep 1.

 

Kinderen die geboren zijn in de periode oktober t/m december, starten eveneens in groep 1.
De dag nadat het kind 4 jaar is geworden mag het instromen. Deze kinderen mogen in overleg met de ouders 10 halve dagen komen wennen.

 

Alle kinderen die vier jaar worden na 1 januari mogen de eerste maandag van elke maand instromen. Het kind mag, in overleg met de leerkracht,
2 middagen komen wennen.

Als ouders gebruik willen maken van deze regeling, graag zelf contact met de leerkracht(en) opnemen.

 

De laatste instroomdatum is de eerste maandag van de maand mei. Daarna stromen er in principe geen kinderen meer in, om de rust/en aandacht
van het individuele kind en de grootte van de groep te waarborgen.

 

Kleuters die 4 jaar worden ná de laatste instroomdatum in mei starten in het begin van het nieuwe schooljaar. Voor hen wordt er een aantal weken
voor de grote vakantie twee maandagmiddagen gepland waarop ze alvast mogen komen “wennen”. Kind en ouders krijgen hiervoor een uitnodiging.

 

 

3.13  Beleid doubleren en vervroegde doorstroming groep 1 t/m 8


Op onze school streven we ernaar:
  • Dat kinderen in acht jaar de basisschool doorlopen
  • Dat kinderen een ononderbroken ontwikkeling door kunnen maken.
  • Dat kinderen zoveel mogelijk bij leeftijdgenoten in de groep zitten.
  • Dat het welbevinden van de kinderen goed is.

 

We proberen ons onderwijs in de groep zoveel mogelijk af te stemmen op de individuele behoeften van de kinderen.
Dat kan door verlengde instructie, aanpassing in de leerstof,  een individueel handelingsplan enz.

Toch is het voor sommige kinderen wenselijk om andere keuzes te maken in de vorm van vervroegd doorstromen of doubleren.

Dit wordt alleen in uitzonderlijke gevallen toegepast, als blijkt dat een leerling echt geen aansluiting of uitdaging meer vindt in de huidige jaargroep.
Er is dus sprake van een “zorgleerling”.

 

Op school hebben we hierover afspraken vastgelegd in een protocol wat op aanvraag in te zien is.

 

 

 

3.14  Website

 

Als u beschikt over een computer met internetverbinding dan kunt u nog meer over onze school lezen en zien, want op de website:
www.bs-stlambertus.nl staan o.a. foto’s van allerlei activiteiten die we in en buiten school hebben ondernomen.

We streven ernaar om de website actueel te houden zodat u een goed beeld krijgt wat er gebeurt in de diverse groepen.

 

Naast de leerkrachten fotografeert Carla de Wit tijdens allerlei activiteiten. Zij maakt dan als enige ouder foto’s.