4. Onze zorg voor de leerlingen
4.1 Hoe ziet onze zorg eruit? We vinden dat elk kind op onze school een kans moet krijgen. Toch kunnen er kinderen zijn met specifieke problemen.
Die kinderen vragen onze extra zorg. Die extra zorg noemen we “zorgbreedte”. We willen de kinderen zoveel mogelijk binnen onze school kunnen opvangen en trachten te helpen. Om dit te kunnen bewerkstelligen is onze Intern Begeleider vrij geroosterd van lesgeven. Samen met de groepsleerkracht zal er bekeken worden in welke mate er hulp geboden kan worden. Als na een intensieve begeleiding niet voldoende resultaten worden behaald, kan er hulp worden ingeroepen van externen (bijv. de Giralis Groep, zie 8.1). Wanneer kinderen hier ook geen baat bij hebben gaan we denken aan ambulante begeleiding of verwijzing naar een Speciale school voor Basisonderwijs. 4.2 Plaatsing en verwijzing van leerlingen met specifieke behoeften. Wanneer de ontwikkeling van een leerling voortdurend stagneert, kan er overwogen worden een leerling te verwijzen naar een Speciale school
voor Basisonderwijs. Dit gebeurt pas nadat de leerkrachten van onze basisschool geen mogelijkheden meer zien om de leerling optimaal te begeleiden.
Na extra begeleiding binnen de groep, bespreking van de leerling in een leerlingbespreking, begeleiding in samenspraak met de interne begeleider van onze school, begeleiding in samenspraak met de Giralis Groep en de interne begeleider, verdergaand onderzoek, veelvuldig contact met de ouders en het opstellen van een onderwijskundig rapport, kan een leerling verwezen worden naar een Speciale school voor Basisonderwijs. Dit onderwijskundig rapport wordt uitvoerig besproken binnen de PCL, een commissie die bepaalt of een leerling toelaatbaar is op het SBO.
In deze commissie is de Speciale school voor Basisonderwijs vertegenwoordigd en ook een orthopedagoog. Indien nodig wordt de schoolarts en/of schoolmaatschappelijk werker geraadpleegd. De ouders spelen in deze procedure een belangrijke rol. Voor iedere stap wordt met hen overlegd en om hun toestemming gevraagd. De eventuele aanmelding van een kind op een Speciale school voor Basisonderwijs gebeurt door de ouders. Alle KempenKind-scholen werken samen binnen “Weer Samen Naar School Bladel”. Ons zorgplan is afgestemd op het zorgplan van dit
samenwerkingsverband. De Intern Begeleider zal in dat verband daarvoor allerlei cursussen en bijeenkomsten volgen om zo op de hoogte te blijven en daardoor extra hulp aan kinderen en leerkrachten zo goed mogelijk te kunnen geven. 4.3 Het “rugzakje” Leerling-gebonden financiering (“rugzakje”) Op onze basisschool proberen we voor alle kinderen zo goed mogelijk onderwijs te realiseren. Daaronder verstaan we een voor het kind
passend onderwijsaanbod, zowel in pedagogisch (opvoedkundig) als didactisch (onderwijskundig) opzicht. Daarbij gaan we uit van wat een kind nodig heeft om zich goed te kunnen ontwikkelen. Niet in alle gevallen blijkt het mogelijk binnen onze school de begeleiding te bieden die het beste aansluit bij de problemen van bepaalde leerlingen.
In dat geval kunnen ouders hun kind aanmelden bij de “Commissie van indicatiestelling”, verbonden aan een REC cluster. Er wordt door de school een onderwijskundig rapport ingevuld. De commissie bepaalt aan de hand van vastgestelde criteria of een leerling geďndiceerd wordt. Leerlingen die de procedure voor indicatiestelling doorlopen hebben en geďndiceerd zijn voor een school die behoort tot een REC cluster,
kunnen door hun ouders worden aangemeld bij een REC school. Ouders kunnen er ook voor kiezen, mits er voldoende mogelijkheden zijn, hun kind op onze school het programma te laten volgen. De school krijgt dan een leerlinggebonden budget (een “rugzakje”). De school krijgt hiermee meer mogelijkheden voor specifieke begeleiding. Concreet betekent dat :
4.4 Hoe wij de ontwikkeling van onze leerlingen volgen. Om de individuele vorderingen van de leerlingen te volgen worden methodegebonden toetsen afgenomen.
Dit geeft de leerkracht een beeld van wat het kind van de stof heeft begrepen en waar eventueel extra hulp moet worden geboden. Op onze school worden ook een aantal Cito-toetsen afgenomen die verwerkt worden in het ParnasSys-leerlingvolgsysteem. De Cito-toetsen worden door veel scholen afgenomen en geven ons zo de mogelijkheid om te kijken of het kind in vergelijking met andere kinderen landelijk gezien op niveau scoort. Op school is een toetskalender zodat de leerkrachten weten op welke momenten welke toetsen aan de beurt zijn. De toetsen die aan bod komen zijn o.a. Doba toets (vroegtijdige onderkenning van leesproblemen bij kleuters) Rekenen en Taal voor kleuters, leestechniek en leestempo, begrijpend lezen, leeswoordenschat, technisch lezen, rekenen-wiskunde, spelling en de drie-minuten- &Avi-leestoets.. De resultaten hiervan worden op de computer verwerkt en tijdens de leerling-bespreking (drie maal per jaar) doorgenomen. Dan wordt o.a. bepaald of kinderen extra hulp krijgen in de leerlingbegeleiding.
Informatie over entreetoets (gr. 7) en eindtoets (gr. 8) zie: 7. Verantwoording. 4.5 Rapportage Op onze school houden we van elke leerling een dossiermap bij. Hierin bevinden zich: alle rapporten, toetsuitslagen en alle andere belangrijke
verslagen van de leerling. Overige gegevens worden bijgehouden in ParnasSys. De dossiers van een kind zijn voor de betrokken ouders uiteraard, op school, ter inzage. De belangstelling van ouders zal op de eerste plaats uitgaan naar het welbevinden en naar de prestaties van hun kinderen op het gebied van
(voorbereidend) lezen, rekenen en taal, maar ook de vorderingen bij expressievakken, lichamelijke oefening en sociaal-emotionele ontwikkeling. Van dit alles doet het rapport een verslag en tezamen geeft het een beeld van de ontwikkeling van het kind. We zijn ons rapport inhoudelijk aan het herzien en zijn van plan deze om te zetten naar een digitale versie. Om deze vorderingen van de kinderen met hun ouders te bespreken organiseren we oudergesprekken, direct na de rapporten in december en maart.
Voor de groepen 3 t/m 8 is het rapport het uitgangspunt voor het gesprek en bij gr. 1 en 2 de verslagenin het kinderdagboek en logboek en het resultaat van de Cito-toetsen. Als andere kinderen hun rapport meekrijgen krijgt groep 1en 2 een portfolio mee naar huis. Aan het eind van groep 2 mogen ouders dat behouden. Het portfolio is een verzameling werkstukken waarin men de ontwikkeling van het kind kan zien. Als daar aanleiding voor is kunnen vorderingen en ontwikkelingen van kinderen uitgebreider worden besproken.
Dit gebeurt dan buiten de oudergesprekken om. Het initiatief voor zo’n gesprek kan komen van de leerkracht of van de ouders. 4.6 Huiswerk In principe krijgen de kinderen van groep 3 en 4 geen huiswerk. Het kan echter voorkomen dat er werk mee naar huis gegeven wordt om thuis te oefenen.
U kunt hierbij denken aan tafeltjes (keersommen) of leeskaarten. Vanaf groep 5/6 wordt regelmatig huiswerk meegegeven. Meestal gaat het om oefenbladen, het voorbereiden van een proefwerk, een werkstuk of een boekbespreking. In groep 5 gaat het meestal om het oefenen van dicteewoorden en het maken van een boekbespreking. In groep 6 komt daarnaast het
voorbereiden van een proefwerk, een werkstuk of een spreekbeurt aan de orde. Voor het leren van een toets krijgen de leerlingen een proefwerkmapje mee naar huis. Hierin zit de stof die geleerd moet worden en een documentje met handreikingen over “hoe te leren”. Ook wordt bij elk huiswerk de datum van de toets vermeld, zodat de ouders op de hoogte zijn. Ook in groep 7 en 8 bestaan de huiswerktaken vooral uit het leren voor een proefwerk, het maken van een werkstuk of werkbladen taal
(oefenen dicteewoorden) en rekenen. Dit huiswerk wordt door de leerlingen van groep 7-8 in de agenda genoteerd. Deze agenda gaat steeds mee naar huis zodat ouders op de hoogte zijn wat van hun kind verwacht wordt. Van ouders verwachten we dat ze bij hun kind informeren of binnenkort een proefwerk verwacht kan worden.
Soms kan het nodig zijn dat u meehelpt, soms is bemoediging belangrijker. Tijdens onze informatie-avonden komen we hierop terug. 4.7 Overgang naar voortgezet onderwijs De leerlingen van groep 8 die naar het voortgezet onderwijs gaan worden op de volgende manieren begeleid: - informatieavond op Pius-X - ouderavond basisschool - open dagen op het voortgezet onderwijs - schooladviesgesprekken welke worden afgerond met een ingevuld onderwijskundig verslag; ouders ontvangen een kopie. - kennismakingsdag voortgezet onderwijs Ook in de klas worden de kinderen uitgebreid voorbereid, o.a. door het leren werken met een agenda.
Oud-leerlingen van de Lambertusschool komen jaarlijks over hun ervaringen binnen het voortgezet onderwijs (met name Pius-X) vertellen. Bij de schoolkeuze spelen de volgende gegevens een rol: - wens van leerling en ouders - schooladvies - resultaten Cito-eindtoets - gegevens vanuit ons leerlingvolgsysteem - gesprekken tussen groepsleerkracht en brugklasleider voortgezet onderwijs - aanvullende toetsen/onderzoeken Wij blijven van de schoolprestaties van onze oud-leerlingen op de hoogte door de informatie die wij van het voortgezet onderwijs (Pius X) ontvangen.
Om de doorgaande lijn op rekengebied te bevorderen is de zogenaamde Rekenbrug in het leven geroepen. Hierin werken leerkrachten van het basisonderwijs en het Pius-X college samen om afspraken te maken over de aansluiting van het rekenonderwijs. Van de Lambertusschool nemen twee leerkrachten deel aan deze bijeenkomsten. 4.9 De school in ontwikkeling We willen ons het komend schooljaar gaan bezighouden met het verder implementeren van de Daarnaast gaan we door middel van nascholing verder op de weg van teamontwikkeling. Punten die de school nog verder wil verbeteren zijn:
Bovenstaande schoolverbeterpunten zijn opgenomen in het meerjarenkwaliteitsverbeteringsplan 2011-2015 en ligt op school ter inzage.
|