2.                  DE OPDRACHT VAN ONZE SCHOOL

 

 

2.1       Waar we voor staan  - visie -

 

De Lambertusschool is een school waar samengewerkt wordt aan evenwichtig kwaliteitsonderwijs op sociaal-emotioneel, creatief en cognitief gebied. Dit willen we doen vanuit een enthousiaste, collegiale, open sfeer,  waarin leerlingen, leerkrachten en ouders zich geborgen voelen.

 

Onderwijsinhoudelijk

We zijn een basisschool die werkt met jaargroepen maar die wil zorgen voor een ongebroken schoolloopbaan, afgestemd op de voortgang in de ontwikkeling van kinderen. Wij willen zorgen voor een breed onderwijsaanbod. Het werken buiten het lokaal komt regelmatig en frequent voor. Het gaat daarbij vooral om computergebruik en het maken van werkstukken. In 2015 zijn wij een school waar dat eveneens dagelijks gebeurt. Er zijn dan echter (neutrale) leerwerkplekken buiten de lokalen gerealiseerd en maakt het werken buiten de klas, als onderdeel van het dan geïmplementeerde model Directe Instructie, een essentieel onderdeel uit van onze manier van lesgeven. Groepsplannen worden dan voor alle cognitieve vakken gemaakt.

Zorg op maat is voor alle leerkrachten het doel . Er wordt over vier jaar meer systematisch en doelgericht gewerkt aan het maximaliseren van de prestaties van leerlingen. 

We willen, over het algemeen, met moderne lesmethodes werken. Nieuw aan te schaffen methodes moeten geschikt zijn voor combinatiegroepen. Als het gaat om welke onderwijs-activiteiten op welke wijze in welke groepen plaatsvinden, zijn afspraken op schoolniveau (met ruimte en respect voor onderlinge verschillen) van wezenlijk belang. Leerkrachten dienen zich aan deze beperkte autonomie te conformeren.

Wij willen leerlingen een uitdagende leeromgeving bieden. ICT willen we (schoolbreed) zoveel mogelijk integreren in ons onderwijs. Alle groepen maken gebruik van digitale schoolborden.

 

Leerlingen

Ons streven is om leerlingen met plezier naar school te laten gaan. Maximale ontplooiing (zowel op cognitief als op sociaal-emotioneel gebied) van de ons toevertrouwde kinderen is onze uitdaging.

Over vier jaar bezitten de leerlingen de vaardigheden om zelfstandig buiten de klas op leerwerkplekken/leerpleinen te werken. Ze hebben dan geleerd om op een rustige manier taakgericht te blijven zonder de voortdurende begeleiding en/of toezicht van een leerkracht.

 

Leerkrachten

We hechten grote waarde aan een professionele cultuur. In 2015 zijn we op de hoogte van elkaars onderwijsvisie en onderwijspraktijk. Het delen hiervan maakt dan onderdeel uit van het structureel werkoverleg, zowel formeel als informeel. Wij vinden dat leerkrachten hun vaardigheden dienen te onderhouden. Persoonlijke ontwikkeling (vastgelegd in een POP) is over vier jaar een vanzelfsprekendheid geworden.

In onze visie gaan we er vanuit dat kinderen het beste functioneren in een school die orde en rust uitstraalt: onze klassen zien er dan ook opgeruimd en gestructureerd uit. Het schoolgebouw oogt van buitenaf “kindvriendelijk”.

Omdat wij als basisschool onderdeel uitmaken van een Brede School is flexibiliteit van leerkrachten vanzelfsprekend. Communicatief vaardig en gericht  zijn op samenwerking vinden wij basisvoorwaarden.

We willen gebruik blijven maken van elkaars kwaliteiten.

 

Ouders

We vinden persoonlijke aandacht door leerkrachten voor de kinderen van onze school belangrijk. We willen het initiatief nemen om ouders tijdig te informeren over de ontwikkeling van hun kind. Omgekeerd verwachten we van ouders hetzelfde. We willen de ouders steeds meer zien als volwaardige (elkaar aanvullende) partners in de driehoek leerling, leerkracht en ouder.

We willen als leerkrachten en directie openstaan voor de inbreng van ouders. Wij zijn dus voor een actieve ouderparticipatie.

 

Directie

Essentieel is dat een directeur kan verbinden, een goed empathisch vermogen heeft, op onderwijskundig gebied leiding kan geven en daadkrachtig is. Hij moet procesmatig kunnen werken. Nieuwe onderwijsontwikkelingen deelt hij tijdig met het team, hij creëert draagvlak, draagt zorg voor prioritering en implementatie van  verbetertrajecten/onderwijsontwikkelingen, welke hij van tijdpaden voorziet.

De directeur toont betrokkenheid en weet wat zijn team beweegt.

Hij zorgt ervoor dat er PR plaatsvindt.

 

Samenwerking

In 2015 zal er intensief worden samengewerkt (met behoud van ieders identiteit) tussen de St.-Jansschool Casteren en de Lambertusschool Netersel. Er zullen dan op jaarbasis een aantal gezamenlijke plenaire teamvergaderingen zijn, waar zaken die beide scholen aangaan besproken zullen worden. Collegiale consultatie zal niet alleen tussen leerkrachten van één bepaalde school plaatsvinden, maar ook tussen leerkrachten van de beide scholen.  De moderne communicatiemiddelen zullen hierin een belangrijke rol spelen. Teamscholing en studiedagen zullen, daar waar zinvol, gezamenlijk zijn.

Er zal dan ook een intensieve samenwerking met de kernpartners (PSZ, BSO en gemeenschapshuis) zijn, met als doel één doorgaande ontwikkelingslijn voor kinderen van    0 t/m (in ieder geval) 12 jaar.  Eén pedagogische lijn binnen de basisschool, maar ook binnen de Brede School, vinden we eveneens van grote waarde.

 

 

2.2.      Wat er op ons afkomt. De externe ontwikkelingen

 

Vanuit verschillende niveaus komen er ontwikkelingen en trends op ons af, die we zullen moeten ver-talen en concretiseren in de dagelijkse praktijk.  In steekwoorden geven we aan waar het om gaat:

 

Rijksoverheid

 

Uit de Wet Primair Onderwijs art. 8 leiden we af dat er aandacht moet zijn voor:

a. ononderbroken ontwikkeling

b. brede ontwikkeling

c. aandacht voor de multiculturele samenleving

d. onderwijs op maat

e. adequate voortgangsregistratie

f. geplande leertijd

g. hanteren van kerndoelen

 

Bovendien krijgt de Informatie Communicatie Technologie steeds meer inhoud en vorm. Het belang ervan wordt onderkend en financieel ondersteund. In school is dat terug te vinden in het gebruik van ICT door leerlingen en leerkrachten (b.v. ook d.m.v. digitaal schoolbord).

 

Deregulering en autonoom hebben geleid tot enerzijds meer vrijheid voor scholen. Scholen zijn in grote mate zelf verantwoordelijke geworden voor het beleid en leggen daar verantwoording over af.

De overheid doet o.a. door de formulering van kerndoelen en de wet op het onderwijstoezicht in toenemende mate aan kwaliteitsbewaking en stimulering.

 

Een groter deel van de ouders neemt deel aan het arbeidsproces. Veel vrouwen werken in deeltijd. Zij verdelen hun aandacht over werk en gezin. De scholen moeten daarop anticiperen.

De ontwikkeling m.b.t. voor-, tussen-,  en naschoolse opvang heeft gevolgen voor de verdeling van de onderwijstijd over de week. Landelijk zien we een enorme groei van het aantal Brede Scholen. Eén ontwikkelingslijn voor kinderen van 0 t/m 12 jaar staat daarbij voorop.

 

Passend Onderwijs heeft zijn intrede gedaan. Het aantal kinderen dat naar het speciale basisonderwijs verwezen wordt is gereduceerd. Dit heeft als consequentie dat het onderwijs beter aangepast moet worden aan de mogelijkheden en behoeften van de individuele leerlingen. Het samenwerkingsverband Bladel beschikt over een zorgplan, waaraan de deelnemende scholen hun goedkeuring gehecht hebben.  Op KempenKind-niveau wordt de 1-zorgroute geïmplementeerd.

Zoals het er nu uitziet gaat er door de overheid flink bezuinigd worden op Passend Onderwijs. De leerling-gebonden financiering zal worden afgeschaft. In het regulier onderwijs zal steeds meer uitgegaan dienen te worden van de onderwijsbehoeften van elk individueel kind. Professionalisering van leerkrachten is daar onlosmakelijk aan verbonden.

  

De lumpsumbekostiging is sinds augustus 2006 in  het basisonderwijs een feit. Deze wijze van financiering legt veel initiatief en verantwoordelijkheid bij de scholen.  Het leerlingenaantal zal de komende jaren licht dalen. Hierop zal financieel gezien goed geanticipeerd dienen te worden.

 

Voor besturen en scholen moet het integraal personeelsbeleid nader gestalte krijgen. In de CAO-Primair Onderwijs is dat beleid nader uitgewerkt. Het vormt de basis voor het KempenKind-personeelsbeleid. De invoering van de functiemix biedt leerkrachten een carrièreperspectief maar stimuleert ook de professionaliteit en de mobiliteit van leerkrachten.

 

De schoolorganisatie is de laatste jaren ingrijpend veranderd. Andere functies deden hun intrede, bijvoorbeeld die van Algemeen Directeur en Leraren In Opleiding (LIO-er). Leerkrachten met speciale taken zijn ingeburgerd geraakt. Zo hebben we op school een ICT-er, een interne begeleider (IB-er), een cultuurcoördinator en een techniekcoördinator. Scholen streven naar meer handen in de klas en zetten hun formatie daarom op een andere manier in. Onze school probeert de beschikbare formatie zo in te zetten dat de combinatiegroepen zo goede mogelijk ondersteunt worden. In de praktijk betekent het dat geprobeerd wordt de combinatiegroepen op één of meerdere momenten in de week te splitsen. Het splitsen tijdens de cognitieve lessen heeft daarbij sterk de voorkeur.

Onze school stelt zich over het algemeen graag open voor PABO-stagiaires, ROC-stagiaires of stagiaires van de sportopleiding ROC of Fontys.

 

Lokale overheid

 

Binnen het Lokaal Educatief Onderwijsbeleid (LEA) worden van de gemeente faciliteiten ontvangen op het vlak van onder meer, schoolmaatschappelijk werk, conciërges en cultuur.
Verder is de gemeente verantwoordelijk voor de onderwijshuisvesting. Ook binnen VVE (voor- en vroegschoolse educatie) verstrekt de gemeente subsidie.

 

Maatschappij

 

Vanuit de maatschappij wordt een sterk beroep gedaan op het primair onderwijs om meer aandacht te besteden aan de basisvaardigheden aan te leren. Deze vormen immers een voorwaarde om ander leren mogelijk te maken.

Van het onderwijs wordt tevens gevraagd, dat zij de kinderen voorbereiden op hun plaats in de samenleving (burgerschap). Dit vereist van de scholen dat zij zich openstellen voor maatschappelijke ontwikkelingen.

Er wordt steeds meer een beroep gedaan op een goede communicatie met maatschappelijke instellingen. De invoering van schoolmaatschappelijk werk is voor de leerlingenzorg een verrijking. De scholen ontwikkelen zich mede onder deze maatschappelijke verschijnselen van gesloten naar open systemen. De Brede School past prima binnen deze gedachte.

Een andere trend is de vernieuwde aandacht voor de ontwikkeling van normen en waarden. Voor de school is een belangrijke rol weggelegd.

De school legt verantwoording af aan belanghebbenden. Door een goed kwaliteitszorgsysteem wordt het mogelijk om enerzijds aan deze vraag tegemoet te komen, maar anderzijds processen binnen de school helder te krijgen.

 

Ouders

 

Ouders willen op de eerste plaats veiligheid en geborgenheid voor hun kind. Tevens verwachten zij dat de kinderen de basisvaardigheden leren om met succes deel te kunnen nemen aan het vervolgonderwijs.

De school wordt door de ouders anders benaderd dan vroeger. Ouders voelen zich meer betrokken bij het reilen en zeilen van de school, maar zijn ook kritischer geworden. Het idee van partnerschap tussen school en ouders bij de opvoeding van de kinderen krijgt steeds meer bijval.

 

                                                        leerling

 

 

 


 

                             leerkracht                              ouders

 

2.3      Wat wij kunnen. De (interne) sterkte/zwakte analyse.

 

Het inspectierapport van 2010  spreekt over resultaten die over het algemeen op het verwachte niveau liggen. De inspectie heeft geconcludeerd dat er op school hard gewerkt wordt aan een systematiek voor kwaliteitszorg, maar dat het systematisch evalueren van aanbod, tijd, didactisch en pedagogisch handelen en leerlingenzorg nog de nodige aandacht vergt.

 

Uit het Beeldvormend Onderzoek dat door Giralis in 2010 is afgenomen komt de school overwegend positief tevoorschijn. Met name waar het gaat over de communicatie ouders/school en ouders/teamleden scoort de Lambertusschool goed.

Als belangrijkste verbeteritems komen het schoolplein en het schoolgebouw naar voren. De Lambertusschool is inmiddels (2011) ingrijpend gerenoveerd. Bij deze verbouwing is de visie van de school op de (onderwijskundige) toekomst leidend geweest. Zo zijn er onder andere leerpleinen gerealiseerd.

 

Wat zijn onze sterktes?

  • er is een grote betrokkenheid/inzet van teamleden
  • de personeelsleden staan open voor ontwikkeling/professionalisering
  • de school maakt onderdeel uit van een Brede School
  • er is een goede interne organisatie/structuur
  • een hecht team: zowel informeel als professioneel
  • goede prioritering, vasthouden en monitoring van schoolverbeterpunten
  • goede interne zorg
  • kinderen voelen zich veilig (pedagogisch klimaat is in orde)
  • aanwezigheid van een Bovenschools Management Team
  • aanwezigheid van een kwaliteitscoördinator

 

Wat zijn onze aandachtspunten?:

  • bekendheid van leerlijnen bij leerkrachten
  • variëteit in didactische werkvormen (in relatie tot vernieuwend onderwijs)
  • klassenmanagement
  • differentiatie richting het meerbegaafde kind
  • kennis en toepassing van model Gedifferentieerde Instructie
  • gebruikmaking van elkaars kwaliteiten
  • mobiliteitsmogelijkheden op schoolniveau
  • informele besluitvorming
  • mate van opbrengstgericht werken
  • samenwerking tussen de kernpartners

 

2.4      Wat wij willen; de gewenste kwaliteit

 

De Lambertusschool werkt sinds 2003 met een kwaliteitscoördinator. .Zij coördineert de kwaliteitszorg. Als school  richten we ons vooral op het beschrijven en realiseren van schoolverbeterpunten. Daarnaast worden onze beleidsvoornemens mede bepaald door:

 

§  Niet gerealiseerde verbeterpunten uit ons vorige schoolplan

§  Resultaten van de interne evaluaties m.b.t. zorgverbreding

§  Uitslag van enquêtes (bijv. het Beeldvormend Onderzoek)

§  Conclusies en aanbevelingen uit inspectiebezoeken

 

De kwaliteitscoördinator overlegt regelmatig met de directeur.

 

De schoolverbeterpunten die tot schoolontwikkeling moeten leiden zijn opgenomen in hoofdstuk 7 van dit schoolplan.