6.         ONZE ZORG VOOR KWALITEIT

 

6.1              Kader van kwaliteitszorg

 

Het belang van een permanente schoolontwikkeling, de wettelijke verplichting tot zorg voor kwaliteit en de noodzaak tot publieke verantwoording zijn voor de school belangrijke redenen om de zorg voor de kwaliteit van het leren en onderwijzen nadrukkelijk op de agenda te plaatsen. Onder kwaliteitszorg verstaan we 'die activiteiten die ondernomen worden om de kwaliteit van de school/het onderwijs te onderzoeken, te borgen of te verbeteren en openbaar te maken' Kwaliteitszorg heeft alles te maken met opbrengsten in het primaire proces en het is een integraal en cyclisch proces.

 

Aan goede kwaliteitszorg stellen we de volgende eisen:

·         De zorg voor kwaliteit is doelgericht. We zien kwaliteitszorg als een belangrijk instrument om het leren en onderwijzen te verbeteren. Naast deze ontwikkelfunctie geven we aan kwaliteitszorg ook een verantwoordingsfunctie naar belanghebbenden.

  • De zorg voor kwaliteit is cyclisch. We vinden dat het bij kwaliteitszorg gaat om het systematisch doorlopen van de fasen plan – do – check –act  (PDCA-cirkel van Deming)

·         De zorg voor kwaliteit is planmatig. We geven aan kwaliteitszorgactiviteiten een  basis vanuit in een kwaliteitsplan en uitwerkingen in jaarplannen. Hiermee voorkomen we dat we onvoldoende gericht aan de slag gaan. De kwaliteitsactiviteiten zijn in de plannen onder meer geprioriteerd en geplaatst in de tijd.

·         De zorg voor kwaliteit is het zorgen voor een adequate borging. Het beschrijven, bespreken en monitoren van afspraken, werkwijzen is een vast onderdeel van de manier van werken op school. Nieuwe medewerkers worden geďnformeerd over de inhoud van afspraken en werkwijzen en ondersteund in de toepassing ervan.

 

6.2              Organisatie van kwaliteitszorg

 

De aandachtsgebieden voor kwaliteitszorg bestaan uit zes indicatoren uit domein D van het Toezichtkader po/vo van de inspectie van het onderwijs en uit zes op KempenKind niveau. Welke hieronder beschreven zijn.

Indicatoren vanuit de inspectie:

Indicator 1: kenmerken leerlingenpopulatie
Indicator 2: evaluatie kwaliteit van opbrengsten

Indicator 3: evaluatie van leren en onderwijzen

Indicator 4: planmatig werken aan verbeteractiviteiten

Indicator 5: borgen kwaliteit leren en onderwijzen

Indicator 6: rapporteren over kwaliteit aan belanghebbenden

 

Met betrekking tot indicator 2: het bevoegd gezag bewaakt sinds medio 2011of de school de gewenste kwaliteit realiseert middels een bovenschoolse module van ParnasSys.

Kwaliteitsaspecten KempenKind:

Aspect 1: Eindresultaten van de school

Aspect 2: Welbevinden van de leerlingen
Aspect 3: Tevredenheid van ouders

Aspect 4: Leerlingenaantallen/deelnamepercentages

Aspect 5: Kwaliteit en welbevinden van de onderwijsgevenden

Aspect 6: Identiteit van de school

 

Voor het komende schooljaar 2011-2012 ligt de prioriteit bij het invoeren van het Borgingsboek. Middels dit boek werken we, onder meer vanuit het project VKS, expliciet aan verbetering van de kwaliteit van het leren en onderwijzen en de daarbij ondersteunende processen. Om de duurzaamheid van de kwaliteitsverbeteringen te versterken, legt de school de gemaakte afspraken, werkwijzen hierin op een eenduidige wijze vast.

 

Het borgingsboek heeft voor de school de volgende functies:

·          Vastleggingsfunctie: afspraken en werkwijzen worden op eenduidige en transparante wijze beschreven.

·          Communicatiefunctie: door middel van het borgingsboek communiceert de school intern en extern over werkwijzen, gemaakte afspraken.

·          Planningsfunctie: het borgingsboek benoemt momenten van evaluatie van afspraken en werkwijzen en geeft overzicht van de inzet van instrumenten op de verschillende aandachtsgebieden.

·          Ontwikkelfunctie: op basis van de in het handboek in de tijd geplaatste evaluaties is er systematisch aandacht voor bijstelling, ontwikkeling van afspraken. Bovendien tonen witte vlekken in het handboek op nog te ontwikkelen c.q. te beschrijven afspraken/werkwijzen.