Pestprotocol

 

Waarom dit pestprotocol?

- Om te zorgen dat alle kinderen zich in hun basisschoolperiode veilig voelen, zodat zij zich

  optimaal kunnen ontwikkelen.

- Door regels en afspraken zichtbaar te maken kunnen kinderen en volwassenen, als er zich

  ongewenste situaties voordoen, elkaar aanspreken op deze regels en afspraken.

- Door elkaar te steunen en wederzijds respect te tonen stellen we alle kinderen in de  

  gelegenheid om met veel plezier naar school te gaan!

 

 

Het protocol wordt in de eerste week van het nieuwe schooljaar en in de eerste week na de carnavalsvakantie besproken met de leerlingen.

 

 

Doelstellingen:

o   De leerkrachten kunnen het pestgedrag signaleren en onderkennen.

o   Het pestprotocol vormt een plan van aanpak ten aanzien van:

-      Het voorkomen van pestgedrag.

-      Het tijdig signaleren van pestgedrag.

-      Het remediëren van pestgedrag.

-      De samenwerking tussen ouders en school om pestgedrag te voorkomen en te remediëren.

 

Hoe gaan we om met pesten op school?
Pesten komt helaas op iedere school voor, ook bij ons.
Het is een probleem dat wij onder
ogen zien en op onze school serieus willen aanpakken.
Daar zijn wel enkele
voorwaarden aan verbonden:

 

    Pesten moet serieus genomen worden en als probleem worden gezien door alle direct betrokken partijen:
leerlingen(gepeste kinderen, pesters en de zwijgende groep), leerkrachten en de ouders/ verzorgers.
    De school moet proberen pestproblemen te voorkomen.
Los van het feit of pesten wel o
f
niet aan de orde is, moet het onderwerp pesten met de
kinderen bespreekbaar worden gemaakt.
    Als pesten optreedt, moeten leerkrachten dat (in samenwerking met de ouders) kunnen signaleren en
duidelijk stelling nemen.
    Wanneer pesten ondanks alle inspanningen toch weer de kop opsteekt,
moet de school
beschikken over een directe aanpak (zie stap 4 blz. 5).
    Wanneer het probleem niet op de juiste wijze wordt aangepakt of de aanpak niet het gewenste resultaat oplevert,
dan is de inschakeling van externe deskundigheid een optie.
 
Pesten of plagen? 

Plagen en pesten komt voor in alle groepen van de basisschool.

Toch zijn er duidelijke verschillen en gevolgen

 

Verschillen:

Plagen

Pesten

Gebeurt onbezonnen of spontaan. Gaat soms gepaard met humor.

Gebeurt berekenend: men weet vooraf wie hij of zij zal pesten, op welke manier en wanneer.

Heeft geen kwade bijbedoelingen.

Wil iemand bewust kwetsen of kleineren.

Is van korte duur of gebeurt slechts tijdelijk.

Is duurzaam: het gebeurt herhaaldelijk, systematisch en langdurig (stopt niet vanzelf en na korte tijd).

Speelt zich af tussen "gelijken".

Ongelijke strijd. De onmachtsgevoelens van de gepeste staan tegenover de machtsgevoelens van de pester.

Is meestal te verdragen of zelfs plezierig, maar het kan ook kwetsend of agressief zijn.

De pester heeft geen posi­tieve bedoelingen,  wil pijn doen, vernielen of kwetsend.

Meestal één tegen één.

Meestal een groep (pester, meelopers en supporters) tegenover één geïsoleerd slachtoffer.

De rollen liggen niet vast: nu eens plaagt de ene, dan de andere.

Heeft een vaste structuur.  De pesters zijn meestal dezelfde, de gepeste ook.

 

Gevolgen:

De pijn, lichamelijk of geestelijk, is draaglijk en van korte duur.

Als er niet op tijd wordt ingegrepen, kunnen de lichamelijk en geestelijke gevolgen ingrijpend zijn en lang nawerken.

De relaties worden na het plagen meteen hervat.

Het is niet makkelijk om na het pesten een evenwichtige relatie te vinden; het herstel gaat moeilijk en traag.

Het geplaagde kind blijft een volwaardig lid van de groep.

Het gepeste kind is geïsoleerd, voelt zich eenzaam en voelt dat het niet meer bij de groep hoort.

De groep lijdt niet onder plagerijen of vindt nadien meteen haar draai terug.

De groep lijdt onder een dreigend, onveilig gevoel. Iedereen is angstig, de kinderen vertrouwen elkaar niet meer, ze zijn niet erg open of spontaan.

 

Signalen van pestgedrag:

 

           altijd een bijnaam gebruiken, nooit bij de eigen naam noemen

        zogenaamde leuke opmerkingen maken over een klasgenoot

        een klasgenoot voortdurend ergens de schuld van geven

        briefjes doorgeven

        een klasgenoot steeds buitensluiten, niet mee laten doen

        een klasgenoot steeds uitlachen bij een verkeerd antwoord o.i.d.

        beledigen

        opmerkingen maken over kleding

        isoleren

        buiten school opwachten, slaan of schoppen

        op weg naar huis achterna rijden

        naar het huis van het slachtoffer gaan

        bezittingen afpakken

        schelden of schreeuwen tegen het slachtoffer

 

Deze lijst kan nog verder worden uitgebreid. Leerkrachten en ouders moeten daarom alert zijn op de
manier waarop kinderen met elkaar omgaan en
duidelijk stelling
nemen
wanneer bepaalde gedragingen hun norm overschrijden.

 

“Dit kan niet” regels zijn: 
 

·            Doe niets bij een ander kind, wat jezelf ook niet prettig vindt.

·         Kom niet aan een ander als de ander dat niet wil.

·         We noemen elkaar bij de voornaam en gebruiken geen scheldwoorden.

·         Als je kwaad bent ga je niet slaan, schoppen, krabben (je komt niet aan de ander).

·         Opzettelijk iemand pijn doen, opwachten buiten school, achterna zitten om te pesten, is beslist niet toegestaan.

·         Uitlachen, roddelen en dingen afpakken of kinderen buiten sluiten vinden we niet goed.

·         Niet aan spullen van een ander zitten.

·         lemand niet op het uiterlijk beoordelen.

 

 

Maar dit moet wel:

 

·         Luisteren naar elkaar.

·       Probeer zelf een ruzie met praten op te lossen. Na het uitpraten kan weer een nieuwe start gemaakt worden.

·       Je mag hulp vragen bij de meester en juf wanneer….

- je er met praten niet uitkomt.

- de pester door blijft gaan met pesten.

- je ziet dat iemand anders gepest wordt.

- er iets gebeurt wat je niet prettig of gevaarlijk vindt.

·       Word je gepest, praat er thuis ook over, je moet het niet geheim houden.

·       Nieuwe kinderen willen we goed ontvangen en opvangen. Zij zijn ook welkom op school.

 

 

Door het jaar heen geven we, naar behoefte,  bepaalde regels extra aandacht door ze in de klas en school centraal te stellen.

 

 

De aanpak bij ons op school:
 

Wanneer leerlingen ruzie hebben met elkaar en/of elkaar pesten,  proberen zij en wij:

 

Stap1:

Ereerst zelf ( en samen) uit te komen. 

 

Stap 2:

Op het moment dat een van de leerlingen er niet uitkomt (in feite het onderspit delft en verliezer of zondebok wordt) heeft deze het recht en de plicht het probleem aan de meester of juf voor te leggen. De groepsleerkracht wordt van dit pestgedrag op de hoogte gebracht en maakt zo nodig notitie of stelt team op de hoogte.

 

Stap 3:

De leerkracht brengt de partijen bij elkaar voor een verhelderend gesprek en probeert samen met hen de ruzie of pesterijen op te lossen en (nieuwe) afspraken te maken. Bij herhaling van pesterijen /ruzies tussen dezelfde leerlingen volgen sancties (ziestap 4, blz. 5).

Het is belangrijk dat aan het eind van het gesprek iedereen tevreden is over de oplossing.

De overlegmethode voor het oplossen van conflicten wordt hierbij gehanteerd:

 

1: Vaststellen van het probleem

Laat ieder kind zijn / haar verhaal doen.

Belangrijk is dat er naar elkaar geluisterd wordt en dat er niet wordt geoordeeld. Er wordt niet door elkaar heen gepraat. Iedereen krijgt de beurt om zijn / haar eigen verhaal te vertellen. De leerkracht vat het

probleem na afloop samen.

 

2: Het bedenken van mogelijke oplossingen

Bedenk samen verschillende oplossingen. Vraag evt om verduidelijking. De oplossingen worden nog niet     beoordeeld.

 

3: Beoordelen van oplossingen

Beoordeel samen welke oplossingen mogelijk zijn. Sommige oplossingen vallen af omdat ze praktisch niet uitvoerbaar zijn. Andere oplossingen vallen af omdat deze niet voor iedereen volledig aanvaardbaar zijn.

 

4: Het kiezen van een oplossing

Uit alle aanvaardbare oplossingen wordt samen een keuze gemaakt.

Als leerkracht kun je hierin sturen door aan te geven aan welke oplossing jij de voorkeur geeft. Maar luister ook naar de andere mogelijkheden.

 

5: Ten uitvoer brengen van de oplossing

Kom tot een duidelijke afspraak over wie wat gaat doen en wanneer met de oplossing begonnen wordt. Vat de oplossing samen.

 

6: Nagaan of de oplossing gewerkt heeft

Vraag aan de betreffende kinderen na of de oplossing gewerkt heeft. Dit kan na afloop van de pauze of tijdens de volgende surveillancebeurt.

Belangrijk is ook om direct een compliment te geven wanneer je ziet dat de oplossing wordt uitgeprobeerd!

 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

Stap 4:

 

Bij herhaaldelijke ruzie/ pestgedrag en wanneer stappen 1 t/m 3 geen positief resultaat hebben opgeleverd, neemt de leerkracht duidelijk stelling en heeft een gesprek met de leerling die pest /ruzie maakt. Het gedrag van deze leerling wordt voortaan bij gehouden in de "Dit-kan-niet" map en er zal een gesprek plaatsvinden met de meelopers.

De leerkracht biedt altijd hulp aan de gepeste en begeleidt de pester, in overleg met de ouders en IB-er worden zo nodig externe deskundigen ingeschakeld.

 

De  aanpak van het pestgedrag  is verdeeld in 4 fases; afhankelijk van hoe lang de pester door blijft gaan met zijn/ haar pestgedrag en geen verbetering vertoont in zijn / haar gedrag:

 

fase 1:

- Time-out (bijv. in de klas)

-  Nablijven tot alle kinderen naar huis vertrokken zijn en een schriftelijke opdracht

   over de toedracht en zijn/haar rol in het pestprobleem.

   Door een gesprek bewustwording krijgen voor wat hij met het gepeste kind uithaalt.

   Afspraken maken met de pester over gedragsveranderingen. De naleving van deze  

   afspraken komen aan het einde van iedere week (voor een periode) in een kort gesprek aan

   de orde. Ook de meelopers worden aangesproken over hun rol in het geheel. Het gewenste   

   gedrag zal bij pester en meeloper beloond worden.

 

fase 2:

Een gesprek met de ouders, als voorgaande acties op niets uitlopen. De medewerking van de ouders wordt nadrukkelijk  gevraagd om een einde aan het probleem te maken. De school heeft alle activiteiten vastgelegd in de 'Dit-kan-niet' map en de school heeft al het mogelijke gedaan om een einde te maken aan het pestprobleem.

 

fase 3:

Bij aanhoudend pestgedrag kan deskundige hulp worden ingeschakeld zoals: Onderwijsbegeleidingsdienst, de schoolarts van de GGD of SMW.

 

fase 4:

In extreme gevallen kan een leerling geschorst of verwijderd worden.

 

 

Van alle fases dient een goede schriftelijke verslaglegging bijgehouden te worden, die ook in de zorgmap terug te vinden is. We gebruiken hiervoor het
"Dit kan niet"-formulier".

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

Begeleiding van de gepeste leerling:

 

        Medeleven tonen, luisteren en vragen: hoe en door wie wordt er gepest?

        Nagaan hoe de leerling zelf reageert, wat doet hij/zij voor tijdens en na het pesten?

        Huilen of heel boos worden is juist vaak een reactie die een pester wil uitlokken.
      De leerling in laten zien datje op een andere manier kunt reageren.

        Zoeken en oefenen van een andere reactie bijvoorbeeld je niet afzonderen.

        Het gepeste kind in laten zien waarom een kind pest.

        Nagaan welke oplossing het kind zelf wil.

        Sterke kanten van de leerling benadrukken.

        Belonen (schouderklopje) als de leerling zich anders/beter opstelt.

        Praten met de ouders van de gepeste leerling en de ouders van de pester(s).

        Het gepeste kind niet overbeschermen. 
     Hiermee plaats je het gepeste kind juist in een uitzonderingspositie waardoor het pesten zelfs nog toe kan nemen.

 

 

Begeleiding van de pester:

N.B. : Dit is even belangrijk als de begeleiding van de gepeste leerling.

 

        Praten; zoeken naar de reden van het ruzie maken/pesten (baas willen zijn, jaloezie, verveling). 
      Laten inzien wat het effect van zijn/ haar gedrag is voor de gepeste.

        Excuses aan laten bieden.

        In laten zien welke sterke (leuke) kanten de gepeste heeft.

        Pesten is verboden in en om de school: wij houden ons aan deze regel; straffen als het kind wel pest —
      belonen (schouderklopje) als kind zich aan de regels houdt.
        Kind leren om niet meteen kwaad te reageren, zich leren beheersen, de ‘stop-denk-doe houding'
      of een andere manier van gedrag aanleren.
        Contact tussen ouders en school; elkaar informeren en overleggen. Inleven in het kind;
      wat is de oorzaak van het pesten? Geven van tips voor thuis.

        Zoeken van een sport of club; waar het kind kan ervaren dat contact met andere kinderen wel leuk kan zijn.

        Inschakelen van gespecialiseerde hulp; sociale vaardigheidstrainingen; Jeugdgezondheidszorg; huisarts; GGD, SMW.

 

Oorzaken van pestgedrag kunnen zijn:

·         Een problematische thuissituatie

·         Voortdurend gevoel van anonimiteit (buitengesloten voelen)

·         Voortdurend in een niet-passende rol worden gedrukt

·         Voortdurend met elkaar de competitie aan gaan

·         Een voortdurende strijd om macht in de klas of in de buurt

 

ADVIEZEN AAN DE OUDERS VAN ONZE SCHOOL

 

Ouders van gepeste kinderen:

·         Houd de communicatie met uw kind open, blijf in gesprek met uw kind.

·         Als pesten niet op school gebeurt, maar op straat,  probeert u contact op te nemen met de ouders van de pester(s) 
    om het probleem bespreekbaar te maken.

·         Pesten op school kunt u het beste direct met de leerkracht bespreken.

·         Door positieve stimulering en zgn. schouderklopjes kan het zelfrespect vergroot worden of weer terug komen.

·         Stimuleer uw kind tot het beoefenen van een sport.

·         Steun uw kind in het idee dat er een einde aan het pesten komt.

·         Niemand vraagt om gepest te worden, er is geen enkele goede reden om gepest te worden.

 

Ouders van pesters:

·         Neem het probleem van uw kind serieus.

·         Raak niet in paniek: elk kind loopt kans pester te worden.

·         Probeer achter de mogelijke oorzaak te komen.

·         Maak uw kind gevoelig voor wat het anderen aan doet.

·         Besteed extra aandacht aan uw kind.

·         Stimuleer uw kind tot het beoefenen van een sport.

·         Corrigeer ongewenst gedrag en benoem het goede gedrag van uw kind.

·         Maak uw kind duidelijk dat u achter de beslissing van school staat.

 

Alle andere ouders:

·         Neem de ouders van het gepeste kind serieus.

·         Stimuleer uw kind om op een goede manier met andere kinderen om te gaan.
    Corrigeer uw kind bij ongewenst gedrag en benoem goed gedrag.

·         Geef zelf het goede voorbeeld.

·         Leer uw kind voor anderen op te komen.

·         Leer uw kind voor zichzelf op te komen.

 

 

Leerkrachten en ouders uit MR, SR, OC onderschrijven gezamenlijk dit pestprotocol.

 

 

Netersel, juni 2009 

 

 

"DIT KAN NIET" formulier

 

Naam leerling: ……………………………

Fase 1 (verantwoordelijkheid leerkracht + ouders)

Datum

Signaal

 

 

 

Time out

 

 

Nablijven en schriftelijke opdracht

Gesprek bewustwording

Afspraken gedragsverandering

Melding naar ouders

 

Fase 2 (verantwoordelijkheid leerkracht + directie + ouders)

Datum

Signaal

 

 

 

Gesprek met ouders op school (Verslag leggen. Afschrift naar ouders)

 

Fase 3 (verantwoordelijkheid ouders)

Datum

Signaal

 

 

 

Contact met externe instanties zoals: GGD, SMW, OBD

 

Fase 4 (verantwoordelijkheid directie + leerkracht + ouders + bestuur)

Datum

Signaal

 

 

 

Schorsing of verwijdering